De Welpen, wie zijn ze?
De jongens tussen 8 en 11 jaar, die in het 3de, 4de of 5de leerjaar zitten, die een millimeter per week groeien, diegene die op één jaar die tanden bij krijgen, diegene die elke week 5 gram zwaarder worden, diegene met een sterke drang naar spel en beweging, diegene waarbij de vriendjes centraal staan, die leren door herhaling en waarbij de gevoelens bespreekbaar worden, kunnen meespelen met de kabouters. In een wereld van fantasie en plezier leren ze dingen zelf doen en krijgen ze kansen om dingen zelf te proberen en van elkaar te leren. Geholpen en gestuurd door de leiding ontdekken ze wat het is om te spelen in een groep en anderen te vinden, om wegen te vinden rond verschillen en om kleine oplossingen te vinden voor kleine problemen. Dat alles overgoten met een flinke scheut geroep, verfvlekken en geschaafde knieën.
De welpenleiding noemt zichzelf naar personages uit Junglebook.
De welpen- en kabouterwet
Ik zeg wat ik voel
Gruwel van vals gezwets
Bereik eerlijk mijn doel
Zonder dat ik iemand kwets
Ik respecteer alles wat leeft
En de Kracht die leven geeft
Ik voel me één
Met de wereld om me heen
Hou niet van nep
En deel alles wat ik heb
Want niemand is alles
Niemand is niets
Iedereen is altijd iets
De welp volgt de oude wolf
De welp is moedig en houdt vol

